ECLI:NL:RBDHA:2013:11725
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- M.T. Paulides
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de definitie van 'traject' in de verdeling van het participatiebudget educatie 2013
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland namens meerdere gemeenten beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze besluiten betroffen de vaststelling van de participatiebudgetten voor educatie in 2013, gebaseerd op parameters uit de Wet participatiebudget en het Besluit participatiebudget.
Holland Rijnland stelde dat het begrip 'traject', dat mede bepalend is voor de verdeling van het budget, niet eenduidig is gedefinieerd, waardoor gemeenten willekeurig verschillende interpretaties kunnen hanteren. Dit zou leiden tot een willekeurige en daarmee onrechtmatige verdeling van het budget, in strijd met het rechtsbeginsel van het verbod op willekeur.
De rechtbank oordeelde dat de minister de beschikbare middelen heeft verdeeld conform de wettelijke systematiek en dat het begrip 'traject' bewust open is gelaten om gemeenten flexibiliteit te bieden. De controle op de uitvoering via ROC's en de SiSa-methodiek waarborgt dat gemeenten niet vrij zijn om het begrip naar eigen inzicht in te vullen zonder toezicht. Bovendien kan bij frauduleuze opgave terugvordering plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de minister in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen nadere invulling te geven aan het begrip 'traject'.
Uitkomst: Het beroep van Holland Rijnland tegen de vaststelling van het participatiebudget educatie 2013 wordt ongegrond verklaard.