Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
AWB 12 / 39454 (beroep opheffing ongewenstverklaring)
[eiser],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
H.A. de Graaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 september 2013.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 31 maart 2011 ongewenst verklaard voor onbepaalde tijd en tegen dit besluit is bezwaar gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde het eerdere besluit. Bij een nieuw besluit van 25 februari 2013 handhaafde verweerder de ongewenstverklaring opnieuw voor onbepaalde duur, terwijl eiser inmiddels was uitgezet.
De rechtbank oordeelt dat de Terugkeerrichtlijn ook bij de beslissing op bezwaar moet worden toegepast, ondanks dat eiser niet meer in Nederland verblijft. De onbepaalde duur van de ongewenstverklaring is in strijd met artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, die vereist dat de duur wordt bepaald aan de hand van alle relevante omstandigheden van het individuele geval.
Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met omstandigheden zoals spijt en het ontbreken van recidivegevaar. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de duur van de ongewenstverklaring wordt vastgesteld conform de richtlijn. Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring voor onbepaalde tijd wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een beperkte duur.