ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ7919
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- D. Hund
- A.W. Schep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging legesnota wegens onverbindendheid Legesverordening 2008 door onvoldoende kostendekkingsinzicht
Belanghebbende stelde bezwaar en beroep in tegen een legesnota voor een bouwvergunning, waarbij hij betwistte dat de Legesverordening 2008 kostendekkend was vastgesteld. De heffingsambtenaar kon onvoldoende onderbouwen dat de geraamde baten de lasten niet overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de verstrekte gegevens onvoldoende inzicht boden in de opbouw van de kosten en baten, waardoor niet kon worden vastgesteld of de opbrengstlimiet volgens artikel 229b Gemeentewet was nageleefd. De heffingsambtenaar had niet aangetoond dat de lasten daadwerkelijk ter zake waren en kon de relatie tussen uren en kosten niet voldoende verklaren.
Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad werd geconcludeerd dat de Legesverordening 2008 in haar geheel onverbindend is, waardoor de legesnota moest worden vernietigd. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl een schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van schade.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de legesnota en verklaart de Legesverordening 2008 in haar geheel onverbindend wegens onvoldoende inzicht in kostendekkingsberekening.