ECLI:NL:RBBRE:2012:BY8865
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen WOZ-waarde woning en hoorplicht bij bezwaarprocedure
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelde dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn bezwaar mondeling toe te lichten via telefonisch horen. De rechtbank overwoog dat telefonisch horen alleen kan indien beide partijen daarmee instemmen, wat in deze zaak niet het geval was. De heffingsambtenaar wenste een hoorzitting op het gemeentehuis vanwege de mogelijkheid tot inzage in relevante stukken en aanwezigheid van meerdere personen.
De waarde van de woning was vastgesteld op €857.000 op basis van een taxatierapport van de heffingsambtenaar, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €723.000 verdedigde met een eigen taxatierapport. Beide rapporten maakten gebruik van de vergelijkingsmethode met verkoopprijzen van vergelijkbare objecten.
De rechtbank stelde vast dat het taxatierapport van de heffingsambtenaar voldoende vergelijkbare objecten bevatte en dat met verschillen rekening was gehouden. Het rapport van belanghebbende gaf onvoldoende inzicht in de onderlinge verschillen. Hierdoor vond de rechtbank dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W.J. Huige en griffier M.J. van Balkom op 30 oktober 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en telefonisch horen is alleen mogelijk met instemming van beide partijen.