ECLI:NL:RBBRE:2012:BY8401
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden aftrek voor kinderalimentatie wegens onvoldoende bewijs levensonderhoud
Belanghebbende is in 2000 gescheiden en door de rechtbank veroordeeld tot het betalen van kinderalimentatie. Voor het jaar 2009 heeft hij in zijn aangifte inkomstenbelasting een persoonsgebonden aftrek opgevoerd voor het levensonderhoud van zijn kinderen. De inspecteur heeft deze aftrek geweigerd en het belastbaar inkomen verhoogd.
Belanghebbende stelde dat hij maandelijks € 790 aan zijn ex-echtgenote betaalde en overlegde een twaalftal kwitanties en een door beiden ondertekende verklaring over de betalingen per kind. De rechtbank oordeelde dat deze stukken onvoldoende bewijs vormen, mede gezien de familieverhouding en het feit dat belanghebbende sinds 2011 weer samenwoont met zijn ex-echtgenote.
De rechtbank nam ook mee dat belanghebbende geen bankafschriften kon overleggen en dat zijn verklaring hierover onvoldoende was. Op grond hiervan concludeerde de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het levensonderhoud van zijn kinderen in 2009. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag is juist vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van belangrijke mate van levensonderhoud aan kinderen in 2009.