ECLI:NL:RBBRE:2012:BY7496
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Scheij
- Rechtspraak.nl
Vrouw niet ontvankelijk in verzoek tot eenhoofdig gezag wegens erkenning Turks voogdijschap
De vrouw verzocht de rechtbank Breda om haar alleen met het gezag over haar minderjarige kind te belasten, vanwege een verstoorde communicatie met de vader die in Turkije woont met de andere kinderen. De vrouw is reeds door een Turkse rechtbank belast met het voogdijschap over de minderjarige. De rechtbank constateert dat deze buitenlandse gezagsbeslissing krachtens het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 automatisch in Nederland wordt erkend.
De man was niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde over de kwetsbare situatie en benadrukte het belang van goede voorbereiding bij het ophalen van de kinderen uit Turkije. De vrouw kan geen Nederlands gezagsregisterbewijs overleggen omdat buitenlandse beslissingen niet meer worden ingeschreven.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw geen belang heeft bij haar verzoek omdat zij reeds het gezag uitoefent. Daarom wordt zij niet ontvankelijk verklaard. Wel verklaart de rechtbank voor recht dat de vrouw alleen met het gezag over de minderjarige is belast, om praktische problemen te voorkomen. De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De vrouw wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot eenhoofdig gezag omdat de Turkse voogdijbeslissing in Nederland wordt erkend.