ECLI:NL:RBBRE:2012:BY6882
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Calkoen-Nauta
- Tempel
- Bogaert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens onvoldoende wettelijke gronden
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Breda om twee minderjarige kinderen onder toezicht te stellen van de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, met als doel het begeleiden van het contact tussen de kinderen en hun vader. De minderjarigen, inmiddels 14 en 15 jaar oud, hebben al zes jaar geen contact met hun vader en uitten tijdens de zitting hun wens om geen contact te hebben vanwege negatieve ervaringen uit het verleden.
De raad baseerde haar verzoek op zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen, tegenvallende schoolresultaten en een ernstige ouderlijke strijd die schadelijk zou zijn voor de ontwikkeling van de minderjarigen. De moeder voerde verweer tegen het verzoek en stelde dat het onderzoek van de raad te summier was en dat een ondertoezichtstelling een ultimum remedium is dat niet gerechtvaardigd is. Zij wees ook op de strenge motiveringseisen voor een omgangsondertoezichtstelling zoals geformuleerd door de Hoge Raad.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er sprake is van een ernstige ouderlijke strijd en zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, niet is vastgesteld dat hun zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid ernstig worden bedreigd. Er is onvoldoende bewijs dat minder ingrijpende maatregelen hebben gefaald. Tevens werd geoordeeld dat niet is voldaan aan de strenge motiveringseisen voor een omgangsondertoezichtstelling. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.
De beslissing benadrukt het belang van het respecteren van de wensen van de minderjarigen en het vermijden van onnodige inmenging in het gezinsleven, zeker gezien hun leeftijd en de complexiteit van de situatie. De procedure over het gezag en de omgang blijft openstaan voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt afgewezen wegens onvoldoende wettelijke gronden en niet voldoen aan motiveringseisen.