ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2902
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing rijbewijs wegens vermoedelijke geestelijke ongeschiktheid en verkeersgedrag
Eiser werd geconfronteerd met een besluit van het CBR om zijn rijbewijs te schorsen vanwege vermoedens van geestelijke ongeschiktheid en verkeersovertredingen op 2 november 2011. Het proces-verbaal vermeldde diverse verkeersincidenten, waaronder bumperkleven, rechts inhalen, niet verlenen van voorrang en een snelheidsovertreding. Eiser betwistte enkele feiten en stelde dat hij onder behandeling stond voor ADHD, niet voor agressiviteit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, het CBR, mocht uitgaan van de juistheid van het proces-verbaal, aangezien eiser onvoldoende tegenbewijs leverde. De link die eiser zelf legde tussen agressief gedrag en zijn ADHD-behandeling vormde een duidelijke aanwijzing voor een medische grondslag. Hierdoor was de schorsing van het rijbewijs gerechtvaardigd en was er geen aanleiding voor een educatieve maatregel.
Verder werd vastgesteld dat eiser procesbelang had omdat hij schade had geleden door het niet kunnen verrichten van koerierswerkzaamheden. De rechtbank verwierp het beroep inhoudelijk en wees op het toepasselijke wettelijke kader van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid zoals die gold op het moment van de gedraging. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de schorsing van de geldigheid van het rijbewijs.