ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1547
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing inzage boedelbeschrijving nalatenschap
De erfgenamen hebben op grond van artikel 4:211 lid 4 BW Pro verzocht om ontheffing van de verplichting om de boedelbeschrijving inzake de nalatenschap van de overleden erflaatster ter inzage te leggen. De kantonrechter beoordeelde het verzoek op basis van het ingediende verzoekschrift en de overgelegde boedelbeschrijving.
Uit de boedelbeschrijving blijkt dat de bankrekeningen van de erflaatster een boeksaldo van €3.277,72 bevatten, maar er is geen inzicht gegeven in eventuele verdere schulden. De nalatenschap is beneficiair aanvaard en dient volgens de wet te worden vereffend. De erflaatster was opgenomen in de WSNP, die is beëindigd zonder schone lei, en er is onzekerheid over de betaling aan een schuldeiser van €4.350,08.
De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de nalatenschap solvabel is en dat prompte voldoening van schuldeisers te verwachten valt, wat noodzakelijk is voor het verlenen van ontheffing. Daarnaast zijn geen argumenten aangevoerd die de ontheffing rechtvaardigen, mede gelet op de belangen van derden zoals overige erfgenamen en schuldeisers.
Daarom wordt het verzoek afgewezen. De boedelbeschrijving blijft ter inzage liggen bij de griffie. Verzoekster wordt opgedragen de kantonrechter uiterlijk 20 december 2012 te informeren over het resultaat van de oproep van schuldeisers en de opbrengst van de nalatenschapsgoederen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontheffing van de verplichting tot inzage van de boedelbeschrijving wordt afgewezen.