ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1547

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
11 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
728856 ov 12-3040
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:210 BWArt. 4:211 lid 4 BWArt. 4:214 leden 1 en 2 BWArt. 4:215 BWArt. 4:221 lid 1 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ontheffing inzage boedelbeschrijving nalatenschap

De erfgenamen hebben op grond van artikel 4:211 lid 4 BW Pro verzocht om ontheffing van de verplichting om de boedelbeschrijving inzake de nalatenschap van de overleden erflaatster ter inzage te leggen. De kantonrechter beoordeelde het verzoek op basis van het ingediende verzoekschrift en de overgelegde boedelbeschrijving.

Uit de boedelbeschrijving blijkt dat de bankrekeningen van de erflaatster een boeksaldo van €3.277,72 bevatten, maar er is geen inzicht gegeven in eventuele verdere schulden. De nalatenschap is beneficiair aanvaard en dient volgens de wet te worden vereffend. De erflaatster was opgenomen in de WSNP, die is beëindigd zonder schone lei, en er is onzekerheid over de betaling aan een schuldeiser van €4.350,08.

De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de nalatenschap solvabel is en dat prompte voldoening van schuldeisers te verwachten valt, wat noodzakelijk is voor het verlenen van ontheffing. Daarnaast zijn geen argumenten aangevoerd die de ontheffing rechtvaardigen, mede gelet op de belangen van derden zoals overige erfgenamen en schuldeisers.

Daarom wordt het verzoek afgewezen. De boedelbeschrijving blijft ter inzage liggen bij de griffie. Verzoekster wordt opgedragen de kantonrechter uiterlijk 20 december 2012 te informeren over het resultaat van de oproep van schuldeisers en de opbrengst van de nalatenschapsgoederen.

Uitkomst: Het verzoek tot ontheffing van de verplichting tot inzage van de boedelbeschrijving wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
team kanton Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 728856 OV VERZ 12-3040
beschikking d.d. 11 oktober 2012 op een verzoek ex artikel 4:211 lid 4 van Pro het BW
ingediend door:
[X], h.o.d.n. Budgetbeheerbureau Heuvel- en Rivierenland, adreshoudend te 4700 AC Roosendaal, Postbus 134,
als gemachtigde van:
1. [A], wonende te [adres]
2. [B], wonende te [adres]
3. [C], wonende te [adres];
erfgenamen in de nalatenschap van:
[Y],
laatstelijk wonende te [adres],
overleden te [plaats en datum],
nader te noemen ‘erflaatster’.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het op 4 juli 2012 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen.
2. Het verzoek
2.1 De gemachtigde van de erfgenamen, hierna te noemen ‘verzoekster’, heeft op grond van artikel 4:211 lid 4 BW Pro verzocht te worden ontheven van de verplichting om de boedelbeschrijving inzake de nalatenschap van erflaatster ter inzage te leggen. De betreffende boedelbeschrijving werd overgelegd.
2.2 Tevens is de kantonrechter verzocht af te zien van het opleggen van bijzondere verplichtingen op grond van artikel 4:221, lid 1 BW en van het geven van aanwijzingen op grond van artikel 4:210 lid 1 BW Pro.
3. De beoordeling
3.1 Gebleken is dat door bovengenoemde erfgenamen de nalatenschap van erflaatster beneficiair is aanvaard. Derhalve dient de nalatenschap te worden vereffend volgens de wet.
3.2 Erflaatster is opgenomen geweest in de WSNP, die op 23 maart 2012 als gevolg van haar overlijden is beëindigd, zonder schone lei. Uit een op 29 juni 2009 opgemaakte uitdelingslijst blijkt dat aan een schuldeiser van erflaatster een bedrag van € 4.350,08 diende te worden betaald. Onduidelijk is of dit bedrag daadwerkelijk aan die schuldeiser is betaald.
3.3 Het verzoekschrift is niet met argumenten onderbouwd. Uit de boedelbeschrijving blijkt dat de bankrekeningen van erflaatster een boeksaldo bevatten van in totaal € 3.277,72.
Over eventuele -verdere- schulden van de nalatenschap is in de boedelbeschrijving niets opgenomen.
3.4 De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat de nalatenschap solvabel is en dat prompte voldoening van de schuldeisers valt te verwachten, hetgeen vereist is om het verzoek tot ontheffing te kunnen verlenen. Voorts zijn geen argumenten aangevoerd die de verzochte ontheffing rechtvaardigen, zodat, gelet op de belangen van derden zoals de overige erfgenamen, de schuldeisers van de nalatenschap of andere schuldeisers van een erfgenaam die door de kantonrechter tot inzage kunnen worden gemachtigd, het verzoek tot ontheffing van de verplichting om de boedelbeschrijving ter inzage te leggen, zal worden afgewezen.
3.5 Van een boedelnotaris is niet gebleken. De boedelbeschrijving ligt derhalve vanaf heden ter inzage ter griffie van deze rechtbank, geadministreerd onder het in deze beschikking genoemde zaaknummer.
3.6 Aan het verdere verzoek, genoemd sub 2.2, zal als gevolg van het voorgaande evenmin gevolg worden gegeven. Op grond van artikel 4:214, leden 1 en 2 BW, dienen de schuldeisers te worden opgeroepen hun vordering bij verzoekster in te dienen, binnen twee maanden na heden.
Nu de beneficiaire aanvaarding niet openlijk is geschied kan volstaan worden met oproeping per brief van de bekende schuldeisers conform lid 2 van genoemd artikel. Op grond van artikel 4:215 BW Pro dienen de overige goederen van de nalatenschap, voor zoveel mogelijk, te gelde te worden gemaakt.
3.7 Op grond van artikel 4:210 BW Pro beveelt de kantonrechter verzoekster hem na de sub 3.6 genoemde termijn op de hoogte stellen van het resultaat van die oproepen, alsmede van het bedrag dat de goederen van de nalatenschap hebben opgeleverd.
4. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
beveelt verzoekster hem op de hoogte stellen van het resultaat van het oproepen van de schuldeisers, alsmede van het bedrag dat de goederen van de nalatenschap hebben opgeleverd, uiterlijk op 20 december 2012.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 oktober 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.