ECLI:NL:RBBRE:2012:BX8353
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na overlijden eigenaar en bezwaarprocedure
Belanghebbende, sinds het overlijden van haar moeder eigenaar van een woning, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van de woning over 2011 en 2010. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar over 2010 niet-ontvankelijk en handhaafde de waarde voor dat jaar.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van belanghebbende als een verzoek op grond van artikel 26 Wet Pro WOZ had moeten worden geïnterpreteerd, waardoor het bezwaar ontvankelijk is. De heffingsambtenaar had belanghebbende hierover moeten informeren.
De waarde van de woning was vastgesteld op €535.000, gebaseerd op een taxatierapport en vergelijkingsmethode met andere objecten. Belanghebbende stelde dat de woning gedateerd was, slecht geïsoleerd en dicht bij een drukke weg lag, wat onvoldoende was meegenomen.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening heeft gehouden met deze verschillen en stelt de WOZ-waarde in goede justitie vast op €499.000. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde van de woning vast op €499.000 en verklaart het beroep gegrond.