ECLI:NL:RBBRE:2012:BX6898
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Pellikaan
- Pick
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van kinderporno zonder gewoonte maken
De rechtbank Breda heeft op 6 september 2012 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van kinderporno en het gewoonte maken daarvan in de periode van 28 oktober 2006 tot en met 13 april 2010. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte kinderporno in bezit had, bestaande uit 15 filmbestanden op een computer en een externe harde schijf, maar verwierp de beschuldiging dat hij hiervan een gewoonte had gemaakt.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verdachte, processen-verbaal van bevindingen en het feit dat verdachte betalingen had verricht aan kinderpornografische websites. Weliswaar had verdachte de bestanden langere tijd in bezit en mogelijk ook bekeken, maar dit was onvoldoende om het element van gewoonte te bewijzen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van het primair ten laste gelegde feit.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die niet eerder met justitie in aanraking was geweest. De rechtbank legde een werkstraf van 180 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd bepaald dat de in beslag genomen gegevensdragers en de daarop aanwezige kinderporno aan het verkeer worden onttrokken, terwijl overige persoonlijke bestanden aan verdachte worden teruggegeven.
De redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was geschonden, hetgeen ook meegewogen is bij de strafmaat. De rechtbank benadrukte de noodzaak om bezit van kinderporno te bestraffen vanwege de bijdrage aan de instandhouding van de vraag naar dergelijk materiaal en het daarmee gepaard gaande misbruik van kinderen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur werkstraf en 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf voor bezit van kinderporno, vrijgesproken van gewoonte maken.