ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4339
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging van verzuimboeten bij naheffingsaanslagen belasting zware motorrijtuigen
Belanghebbende, houder van een vrachtauto, maakte op vier verschillende dagen gebruik van de autosnelweg zonder de daarvoor verschuldigde belasting zware motorrijtuigen (BZM) vooraf te voldoen. De inspecteur legde vier naheffingsaanslagen op, elk met een verzuimboete van €246.
De rechtbank bevestigt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd omdat belanghebbende de belasting niet op aangifte had voldaan. De boeten zijn gebaseerd op artikel 13 van Pro de Wet belasting zware motorrijtuigen (BZM), bedoeld om fiscale naleving te bevorderen. Belanghebbende stelde geen afwezigheid van schuld (avas) en kon de boeten dus niet vermijden.
De rechtbank oordeelt dat de eerste boete van €246 passend is, maar matigt de drie volgende boeten tot €150 elk. Dit vanwege het feit dat de naheffingsaanslagen op één dag zijn geconcentreerd, waardoor belanghebbende de kans werd ontnomen om na het eerste verzuim maatregelen te treffen. De rechtbank acht het aannemelijk dat belanghebbende na de eerste boete maatregelen heeft genomen om toekomstige verzuimen te voorkomen.
Financiële omstandigheden van belanghebbende rechtvaardigen geen verdere matiging. De rechtbank gelast vergoeding van het betaalde griffierecht en verklaart het beroep gegrond voor de gematigde boeten, maar ongegrond voor de eerste boete en naheffingsaanslagen.
Uitkomst: De rechtbank matigt drie van de vier opgelegde verzuimboeten tot €150 en handhaaft de eerste boete van €246.