ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4078
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voortzetting 30%-regeling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen het besluit van de inspecteur van de Belastingdienst om de voortzetting van de 30%-vergoedingsregeling per 31 augustus 2012 te beëindigen. Ter voorkoming van directe nadelige gevolgen verzocht belanghebbende de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, oftewel schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter stelde vast dat aan de connexiteitseis was voldaan omdat bezwaar was gemaakt. Vervolgens werd beoordeeld of sprake was van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Belanghebbende stelde dat hij door het wegvallen van de regeling een aanzienlijke inkomensachteruitgang zou ondervinden en mogelijk een andere dienstbetrekking zou moeten zoeken.
De voorzieningenrechter vond echter dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn betalingsverplichtingen niet meer zou kunnen nakomen en dat de stelling over het zoeken van ander werk onvoldoende was onderbouwd. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke spoedeisendheid. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werden geen proceskosten toegekend en tegen deze uitspraak was geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisendheid.