ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1785

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
17 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
725694 ov 12-2656
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:438 BWArt. 1:441 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klachtbehandeling over leefgeld en uitvoering beschermingsbewind

Rechthebbende heeft klachten ingediend over de hoogte van het leef- en ontspanningsgeld dat hij ontvangt onder zijn beschermingsbewind. Hij vordert een verhoging van het leefgeld van €350 naar €400 per maand en stelt dat hij onterecht zijn vakantiegeld niet heeft ontvangen. Daarnaast wenst hij een reis naar Londen te maken.

De kantonrechter heeft tijdens de zitting op 17 juli 2012 vastgesteld dat de beschermingsbewindvoerder, Stichting Beschermingsbewind Meerderjarigen (SBM), haar taak naar behoren uitvoert. Gezien de inkomsten van rechthebbende, bestaande uit een Wajong-uitkering van €938 per maand, het vakantiegeld en renteopbrengsten, en de vaste lasten en schulden, is verhoging van het leefgeld niet mogelijk zonder in te teren op het spaargeld.

Rechthebbende erkent zelf dat hij af en toe onverstandige financiële beslissingen neemt, zoals de verkoop van GGZ-apparatuur, en dat hij relatief hoge telefoonkosten maakt. SBM heeft toegelicht dat het spaargeld niet oneindig kan worden aangesproken omdat er ook een reservering voor de toekomst moet zijn. De kantonrechter acht de klachten ongegrond, maar is wel bereid een toekomstige machtiging te verlenen voor een begeleide reis naar Londen gezien het lange tijd niet op vakantie zijn.

De kantonrechter besluit dat SBM niet meer leefgeld kan verstrekken dan zij ontvangt en dat sparen momenteel nauwelijks mogelijk is. De beschermingsbewindvoerder voert haar taak op goede wijze uit. Rechthebbende kan binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart de klachten ongegrond en bevestigt dat de beschermingsbewindvoerder haar taak goed uitvoert zonder verhoging van het leefgeld.

Uitspraak

[naam en adres]
datum 17 juli 2012
contactpersoon A. de Jong
ons kenmerk 725694 OV VERZ 12-2656
onderwerp [rechthebbende] / Bm.nr: 1161
Geachte heer T. Springeling,
In deze brief behandel ik de klachten die u hebt geuit over de uitvoering van uw beschermingsbewind in uw brief van 16 juni 2012 en van 29 juni 2012.
Bij beschikking van 24 oktober 1996 bent u onder beschermingsbewind geplaatst met benoeming van de Stichting Beschermingsbewind Meerderjarigen, gevestigd te (4661 AA) Halsteren, aan de Hoofdlaan 8, hierna te noemen: SBM, tot uw bewindvoerster.
Deze klachten heb ik om commentaar voorgelegd aan SBM. Namens SBM is schriftelijk gereageerd bij brief van 26 juni 2012.
U hebt de volgende klachten geuit:
1. U wilt in totaal maandelijks € 400,00 aan leef-/ontspanningsgeld ontvangen in plaats van het huidige bedrag van € 350,00.
2. U stelt dit jaar ten onrechte uw vakantiegeld van ca. € 400,00 niet te hebben ontvangen.
3. U stelt al 10 jaar niet meer met vakantie te zijn geweest en u wilt tijdens de komende kerstdagen graag naar Londen. Hiervoor denkt u ongeveer € 500,00 nodig te hebben.
U benadrukt bij uw klachten dat u ongeveer € 22.000,00 op uw spaarrekening heeft staan zodat het volgens u best mogelijk moet zijn om maandelijks wat meer leefgeld te ontvangen.
Uw klachten zijn tijdens de zitting van 17 juli 2012 behandeld in het bijzijn van uw begeleider de heer [X] (verpleegkundige GGZ) en van mw. [Y] namens SBM.
Tijdens deze zitting is aan de orde geweest dat u op dit moment de navolgende bedragen ontvangt:
- 50 euro leefgeld per week, was aanvankelijk 60,00 euro maar dit is verlaagd in verband met de aflossing van uw lening bij uw moeder;
- 100 euro extra per maand waar alle extra’s van betaald moeten worden;
- 50 euro extra per maand ontspanningsgeld.
Derhalve ontvangt u -in totaal- € 350,00 per maand. U heeft dit ter zitting bevestigd.
U hebt ook toegegeven dat in de loop van de jaren meerdere afspraken door/namens SMB met u en uw begeleiding (GGZ) zijn gemaakt over het uitbetalen van leefgeld, in het bijzonder de wijze waarop en hoeveel. Namens SBM wordt benadrukt dat op bovenstaande manier wordt uitbetaald, hetgeen overblijft aan rentebaten, vakantiegeld en uitkering na aftrek van alle vaste lasten. Het jaarlijks te ontvangen vakantiegeld wordt op deze wijze gespreid over het jaar uitbetaald omdat in het verleden is gebleken dat het in één keer uitbetalen van het volledige bedrag aan vakantiegeld niet verstandig is. Dit mede gezien uw medische situatie.
Naast de -ten behoeve van u- te betalen vaste lasten moet u ook nog kosten betalen in verband met reeds genoemde schuld/lening bij uw moeder, een schadevergoeding aan de GGZ en de aanschaf van een fiets. Namens SBM is ter zitting becijferd dat in het eerste halfjaar van 2012 al ongeveer € 2.000,00 is ingeteerd op uw spaartegoed zodat dit tegoed op dit moment nog ongeveer € 18.700,00 bedraagt. SBM benadrukt ook dat op deze wijze niet kan worden doorgegaan met interen op het bestaande spaarsaldo omdat dan na 5 à 6 jaar niets meer over is. SMB wijst hierbij op het feit, dat u pas 45 jaar oud bent en om die reden ook wat gereserveerd moet worden voor later.
U hebt ter zitting erkend, dat u af en toe “domme dingen” doet, zoals de verkoop van aan de GGZ behorende apparatuur, met alle negatieve financiële gevolgen van dien. Voorts blijkt u maandelijks best veel telefoonkosten te maken.
In feite dient alles betaald te worden van uw uitkering (Wajong) van € 938,00 per maand, te vermeerderen met het jaarlijkse vakantiegeld en wat renteopbrengst.
U hebt na bovengenoemde toelichting erkend, dat het financieel niet mogelijk is om uw maandelijks leef-/ontspanningsgeld te verhogen zonder verder in te teren op het spaartegoed.
U hebt aangegeven, dat het te ontvangen bedrag per maand dan maar hetzelfde moet blijven, te weten: een totaal bedrag van € 350,00.
Wel is namens SBM en namens GGZ toegezegd dat zal worden bezien in hoeverre uw wens om naar Londen te gaan kan worden gehonoreerd. Hierbij is meteen aangegeven, dat een dergelijke reis waarschijnlijk alleen onder begeleiding kan plaatsvinden. Dit betekent dat het door u genoemde bedrag van € 500,00 zeker niet toereikend zal zijn. De kosten van deze reis zullen opnieuw een intering op uw spaartegoed betekenen. Gelet op het feit, dat u al zo lang niet meer met vakantie bent geweest, meent de kantonrechter dat hij een toekomstige machtiging in dat verband kan honoreren.
Alles overziend acht de kantonrechter uw klachten ongegrond. SBM kan u niet meer gelden ter beschikking stellen dan zij zelf ten behoeve van u ontvangt. Hierbij gaat het om uw maandelijkse uitkering, het jaarlijkse vakantiegeld en wat renteopbrengst (op uw spaartegoed). Sparen blijkt hierdoor op dit moment niet tot nauwelijks mogelijk. Gelukkig is in het verleden wat gespaard. Voor zover de kantonrechter op dit moment kan beoordelen, voert SBM haar taak als beschermingsbewindvoerder (van u) op goede wijze uit.
Indien u het niet eens bent met de afhandeling van uw klachten, kunt u binnen 3 maanden (door een advocaat) hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Een kopie van deze brief zend ik aan SBM en aan de GGZ.
Met vriendelijke groet,
Mr. W.E.M. Verjans
Kantonrechter te Bergen op Zoom.
NKP PAL22/AO 1.0