ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1785
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klachtbehandeling over leefgeld en uitvoering beschermingsbewind
Rechthebbende heeft klachten ingediend over de hoogte van het leef- en ontspanningsgeld dat hij ontvangt onder zijn beschermingsbewind. Hij vordert een verhoging van het leefgeld van €350 naar €400 per maand en stelt dat hij onterecht zijn vakantiegeld niet heeft ontvangen. Daarnaast wenst hij een reis naar Londen te maken.
De kantonrechter heeft tijdens de zitting op 17 juli 2012 vastgesteld dat de beschermingsbewindvoerder, Stichting Beschermingsbewind Meerderjarigen (SBM), haar taak naar behoren uitvoert. Gezien de inkomsten van rechthebbende, bestaande uit een Wajong-uitkering van €938 per maand, het vakantiegeld en renteopbrengsten, en de vaste lasten en schulden, is verhoging van het leefgeld niet mogelijk zonder in te teren op het spaargeld.
Rechthebbende erkent zelf dat hij af en toe onverstandige financiële beslissingen neemt, zoals de verkoop van GGZ-apparatuur, en dat hij relatief hoge telefoonkosten maakt. SBM heeft toegelicht dat het spaargeld niet oneindig kan worden aangesproken omdat er ook een reservering voor de toekomst moet zijn. De kantonrechter acht de klachten ongegrond, maar is wel bereid een toekomstige machtiging te verlenen voor een begeleide reis naar Londen gezien het lange tijd niet op vakantie zijn.
De kantonrechter besluit dat SBM niet meer leefgeld kan verstrekken dan zij ontvangt en dat sparen momenteel nauwelijks mogelijk is. De beschermingsbewindvoerder voert haar taak op goede wijze uit. Rechthebbende kan binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart de klachten ongegrond en bevestigt dat de beschermingsbewindvoerder haar taak goed uitvoert zonder verhoging van het leefgeld.