ECLI:NL:RBBRE:2012:BX1348
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en vergrijpboete omzetbelasting wegens ontbreken facturen
Belanghebbende, ondernemer met een organisatie- en adviesbureau, heeft over de jaren 2005 tot en met 2009 aanzienlijke bedragen aan voorbelasting geclaimd. Na een boekenonderzoek concludeerde de inspecteur dat slechts een klein deel van de geclaimde voorbelasting door facturen werd onderbouwd. Op 24 september 2010 werd een naheffingsaanslag van € 98.782 opgelegd, verminderd tot € 91.618 bij bezwaar, en een vergrijpboete van € 40.000 opgelegd wegens opzet.
Belanghebbende voerde aan dat slechts een deel van de naheffing terecht was, maar slaagde er niet in de bewijslast te dragen dat hij recht had op aftrek van de overige voorbelasting. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de geclaimde bedragen juist waren, mede omdat hij geen facturen overlegde.
Verder stelde belanghebbende dat een familielid de administratie voerde, maar kon dit niet onderbouwen, waardoor het vermoeden bestond dat hij zelf de aangiften heeft ingediend. Gezien zijn kennis en achtergrond achtte de rechtbank opzet bewezen, waardoor de vergrijpboete passend en geboden was.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 26 april 2012 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en vergrijpboete wordt ongegrond verklaard.