ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7727

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
30 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/484 F
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Hulskes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 Faillissementswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring Stationtaxi B.V.

De rechtbank Breda heeft op 30 mei 2012 de voorlopig verleende surseance van betaling aan Stationtaxi B.V. ingetrokken. De bewindvoerder had verzocht om intrekking en faillietverklaring, omdat uit zijn verslag bleek dat de financiële situatie van de vennootschap zodanig was dat handhaving van de surseance niet langer wenselijk was.

De rechtbank stelde vast dat het vooruitzicht dat schuldeisers na verloop van tijd zouden worden bevredigd niet bestond. Daarom werd, conform artikel 242 van Pro de Faillissementswet, de surseance ingetrokken en Stationtaxi B.V. failliet verklaard.

Daarnaast benoemde de rechtbank mr. F.H.E. Boerma tot rechter-commissaris en mr. J.H.A. van den Wildenberg tot curator. Het salaris en de forfaitaire verschotten van de curator werden vastgesteld op een nader te bepalen datum. De curator kreeg tevens de bevoegdheid om aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen te openen.

Uitkomst: De rechtbank trok de surseance van betaling in en verklaarde Stationtaxi B.V. failliet.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Team insolventierecht
Surseance van betalingsnummer: 12/13 S
Faillissementsnummer: 12/484 F
gezien het ter griffie ingekomen verzoek van:
mr. J.H.A. van den Wildenberg,
advocaat,
kantoorhoudende te Tilburg,
in de hoedanigheid van bewindvoerder in de bij beschikking van deze Rechtbank d.d. 15 mei 2012 aan:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Stationtaxi B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Brabant
onder nummer 18023664,
statutair gevestigd Tilburg,
vestigingsadres: 5014 ND Tilburg, Molenstraat 18 a,
handelend onder de namen PINK LADY CAB en BURGHOORN TRANSPORT
voorlopig verleende surseance van betaling;
houdende voormeld verzoek van de bewindvoerder, dat de rechtbank de voorlopig verleende surseance van betaling zal intrekken met gelijktijdige faillietverklaring van de schuldenares.
Uit de inhoud van het verslag van de bewindvoerder is de rechtbank genoegzaam duidelijk geworden, dat -hangende de surseance van betaling- de staat van de boedel zodanig blijkt te zijn, dat handhaving van de surseance niet langer wenselijk is en het vooruitzicht, dat door de schuldenares na verloop van tijd de schuldeisers kunnen worden bevredigd, niet blijkt te bestaan.
Dit zijn de gronden, waarop krachtens het bepaalde in artikel 242 van Pro de Faillissementswet een verleende surseance van betaling kan worden ingetrokken.
Naast de intrekking van de verleende surseance van betaling zal de rechtbank tevens, nu de bewindvoerder zulks mede verzocht, de schuldenares in staat van faillissement verklaren, zijnde een en ander in het belang van de schuldeisers.
Nu blijkens de bij het verzoek gevoegde verklaring van de sursiet deze zich geheel kan vinden in het voorstel van de bewindvoerder, wordt oproeping als bedoeld in artikel 242 van Pro de Faillissementswet achterwege gelaten.
De rechtbank zal voorts bij deze het salaris en de forfaitaire verschotten van de bewindvoerder bepalen zoals hieronder is vermeld.
BESCHIKKENDE:
De Rechtbank
trekt in de bij beschikking van deze Rechtbank d.d. 15 mei 2012 aan voornoemde schuldenares voorlopig verleende surseance van betaling;
verklaart in staat van faillissement:
Stationtaxi B.V. voornoemd;
bepaalt dat het salaris en de forfaitaire verschotten van de bewindvoerder wordt vastgesteld op een nader te bepalen datum;
benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. F.H.E. Boerma en stelt aan tot curator mr. J.H.A. van den Wildenberg, advocaat te Tilburg;
geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Deze beschikking is gewezen door mr. Hulskes en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2012 om 16:37 uur, in tegenwoordigheid van Hofman als griffier.