ECLI:NL:RBBRE:2012:BW6812
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boerma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot intrekking surseance en gelijktijdige faillietverklaring
De rechtbank Breda behandelt een verzoek van de advocaat van partij X om de surseance van betaling in te trekken en partij X gelijktijdig failliet te verklaren. Dit volgt op eerdere procedures waarin het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch het faillissement van partij X vernietigde vanwege het ontbreken van een termijn voor het indienen van een verzoek tot schuldsanering.
De rechtbank stelt vast dat de surseance van betaling op 19 oktober 2011 is geëindigd, omdat de beschikking van de rechtbank op die datum in kracht van gewijsde is gegaan. Hoewel het Gerechtshof aanvankelijk de surseance handhaafde, is deze volgens de rechtbank inmiddels beëindigd. Tevens is gebleken dat partij X geen concreet akkoord met schuldeisers kan aanbieden.
Daarom oordeelt de rechtbank dat er geen surseance meer bestaat en dat het verzoek tot intrekking van de surseance en gelijktijdige faillietverklaring niet-ontvankelijk is. De rechtbank wijst het verzoek af en zal het salaris van de bewindvoerder bij een aparte beschikking bepalen.
Uitkomst: Het verzoek tot intrekking van de surseance van betaling en gelijktijdige faillietverklaring is niet-ontvankelijk verklaard.