ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4408
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en wijziging huurovereenkomst na splitsing huurdersvennootschap afgewezen
Een vennootschap verhuurt een warenhuis aan een huurder die na een juridische splitsing van de oorspronkelijke huurdersvennootschap is veranderd. Verhuurster vordert ontbinding of wijziging van de huurovereenkomst op grond van artikel 2:334r BW en 6:258 BW, stellende dat de nieuwe huurder onvoldoende waarborgen biedt voor nakoming en dat de exploitatie van het warenhuis feitelijk is gestaakt.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst al bestond vóór de eigendomsoverdracht en dat de splitsing de rechtsverhouding niet wezenlijk verandert. De exploitatie van het warenhuis blijft binnen de contractuele bestemming, ook al is er sprake van onderverhuur aan derden (shop-in-shop formule). Financiële waarborgen zijn voldoende, mede gelet op de concernfinanciering en solvabiliteitsratio's van de nieuwe huurders.
De rechtbank oordeelt dat economische belangen zoals de daling van de beleggingswaarde van het pand buiten het bestek van de huurovereenkomst vallen. De vordering tot ontbinding of wijziging wordt afgewezen, behalve dat V&D BV in de plaats van V&D Services BV als huurder wordt gesteld. De vordering tegen Maxeda wordt afgewezen omdat er geen contractuele relatie meer is.
De kosten worden deels gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, en Verhuurster wordt veroordeeld in de kosten van de procedure tegen Maxeda.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot ontbinding en wijziging van de huurovereenkomst af en stelt V&D BV in de plaats van V&D Services BV als huurder.