ECLI:NL:RBBRE:2012:BW0002
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- D. Hund
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste aangifte en belastingfraude
Belanghebbende heeft aangifte gedaan met een te laag belastbaar inkomen, terwijl hij betrokken was bij grootschalige belastingfraude via een complex web van vennootschappen in Nederland en de Nederlandse Antillen/Aruba. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende als spin in dit web fungeerde en de vennootschappen als schijnconstructies dienden, zonder administratie en aangifte vennootschapsbelasting.
De inspecteur heeft een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een redelijke schatting van het werkelijke inkomen, ondersteund door een FIOD-onderzoek en een eerdere strafrechtelijke veroordeling van belanghebbende. De rechtbank oordeelt dat de bewijslast voor het te weinig aangegeven inkomen in eerste instantie bij de inspecteur ligt, die daarin is geslaagd, waarna de bewijslast op belanghebbende overgaat.
Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om de aanslag te betwisten. De rechtbank volgt de inspecteur in de correcties en kwalificeert de inkomsten uit vennootschappen als loon of winst uit onderneming. De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.