ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9377
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek werkneemster wegens ontbreken gewijzigde omstandigheden
De werkneemster, sinds 1996 in dienst bij de werkgever, verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden wegens het niet langer tolereerbaar zijn van haar aanwezigheid binnen de organisatie, met toekenning van een vergoeding. De werkgever had echter reeds gebruikgemaakt van een ontslagvergunning voor bedrijfseconomische redenen, met opzegging per 29 februari 2012.
De kantonrechter stelde vast dat de omstandigheden die de werkneemster aanvoert al bestonden vóór de opzegging en dat er geen nieuwe gewichtige redenen zijn die onmiddellijke ontbinding rechtvaardigen. De vernietiging van de opzegging werd door de werkneemster ingeroepen om een ontbindingsprocedure te starten en een vergoeding te claimen, zonder dat zij werkhervatting nastreefde.
Het mondeling ingediende voorwaardelijke tegenverzoek van de werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden werd niet ontvankelijk verklaard wegens laattijdigheid en strijd met de goede procesorde. De kantonrechter bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van de werkneemster wordt afgewezen en het tegenverzoek van de werkgever niet ontvankelijk verklaard.