ECLI:NL:RBBRE:2012:BV8839
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing medehuurderschap aan meerderjarige zoon bij vader in sociale huurwoning
De rechtbank Breda behandelde een vordering van een meerderjarige zoon die medehuurder wilde worden van de sociale huurwoning waarin hij sinds het begin van de huurovereenkomst met zijn vader woonde. De woningcorporatie Stadlander had dit verzoek afgewezen, onder meer vanwege het niet voldoen aan het inkomenscriterium uit Europese regelgeving dat sociale huurwoningen moeten worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen onder een bepaalde grens.
De rechtbank stelde vast dat de zoon duurzaam samenwoonde met zijn vader en dat geen van de limitatieve afwijzingsgronden uit artikel 7:267 BW Pro van toepassing was. De kantonrechter oordeelde dat het toekennen van medehuurderschap niet gelijkstaat aan het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst en dat het inkomenscriterium uit de Europese regeling daarom niet van toepassing is op dit verzoek.
De vordering werd daarom toegewezen en de zoon werd medehuurder van de woning. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen. De woningcorporatie werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot medehuurderschap van de zoon wordt toegewezen, Stadlander wordt veroordeeld in de proceskosten.