ECLI:NL:RBBRE:2012:BV7309
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.A.M.L. Van den Bosch- van de Sande
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ING wegens onvoldoende onderbouwing kredietsaldo en niet-naleving wettelijke vereisten
De zaak betreft een vordering van ING Bank N.V. tegen [X] tot betaling van een kredietsaldo vermeerderd met vertragingsrente. ING baseert haar vordering op een kredietovereenkomst uit 1999 en stelt dat het gehele krediet ineens opeisbaar is wegens betalingsachterstanden.
[X] voert verweer dat de hoofdsom te hoog is, dat slechts een deel van het krediet is opgenomen en dat er sprake is van verjaring. Tevens stelt hij dat ING onvoldoende heeft gespecificeerd waarop de vordering is gebaseerd.
De kantonrechter oordeelt dat ING niet heeft aangetoond dat zij de wettelijke vereisten van artikel 33 WCK Pro heeft nageleefd, waaronder de juiste opeisbaarheid van het krediet na twee maanden betalingsachterstand. Bovendien heeft ING nagelaten de omvang van haar vordering voldoende te onderbouwen, bijvoorbeeld door het ontbreken van een betalingsoverzicht en renteberekening.
Daarom wordt de vordering van ING afgewezen. De reconventionele vordering van [X] tot verwijdering van de BKR-notering wordt niet ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn gesteld.
Het vonnis is gewezen door de kantonrechter Van den Bosch- van de Sande en op 29 februari 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van ING wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van wettelijke vereisten.