ECLI:NL:RBBRE:2012:BV1970
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herroeping vonnis wegens niet-beslissende nieuwe stukken
Eiser vorderde herroeping van een eerder vonnis op grond van artikel 382 sub c Rv Pro, met het argument dat hij na het vonnis schriftelijke bevestigingen ontving waaruit blijkt dat er geen betalingsachterstand was. Deze stukken zouden van beslissende aard zijn en de uitspraak anders doen uitvallen.
Essent voerde verweer en stelde dat de brieven gericht waren aan een andere persoon met een ander klantnummer dan eiser, en dat de vordering van Essent op eiser zelf betrekking had. De rechtbank stelde vast dat de brieven niet zien op de vordering tegen eiser en dat er geen verband werd gelegd tussen de brieven en de vordering.
De rechtbank oordeelde dat de brieven geen stukken van beslissende aard zijn en dat de uitspraak van 9 februari 2011 niet anders zou zijn uitgevallen als deze stukken eerder bekend waren geweest. De vordering tot herroeping werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van het vonnis wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.