ECLI:NL:RBBRE:2012:BV1723
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schoonen
- Hinfelaar
- Tempelaar
- Rechtspraak.nl
Schorsing vervolging wegens verminderd toerekeningsvatbaarheid bij seksueel misbruik minderjarigen
De rechtbank Breda behandelde een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van meerdere verkrachtingen en ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers. Psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte op een matig zwakzinnig niveau functioneert en kenmerken vertoont van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en autistische trekken. Verdachte heeft geen seksuele voorlichting gehad en heeft moeite met het reguleren van seksuele impulsen.
De deskundigen concludeerden dat verdachte onvoldoende in staat is om de strekking van de strafvervolging volledig te begrijpen en dat zijn gewetensfunctie onvoldoende ontwikkeld is. Verdachte vertoont impulsief en onaangepast gedrag, mede door zijn beperkte intellectuele capaciteiten en problematische opvoedingssituatie. De rechtbank achtte het niet mogelijk om objectief vast te stellen dat verdachte de vervolging begrijpt.
Gezien deze omstandigheden en op grond van artikel 16 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering, schorst de rechtbank de vervolging. Dit betekent dat de strafzaak wordt opgeschort omdat verdachte niet toerekeningsvatbaar wordt geacht. De rechtbank benadrukt dat verdachte intensieve en structurele begeleiding nodig heeft om zijn gedrag te reguleren en een veilige woonomgeving.
De tenlastelegging omvatte ernstige feiten van seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers, gepleegd in de periode van juni tot oktober 2010. De rechtbank bevestigde haar bevoegdheid en ontvankelijkheid van de officier van justitie, maar besloot tot schorsing van de vervolging vanwege de ernstige beperkingen van verdachte.
Uitkomst: De vervolging van verdachte wordt geschorst wegens onvoldoende begrip van de strafvervolging door ernstige intellectuele en ontwikkelingsstoornissen.