ECLI:NL:RBBRE:2012:BV1231
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Volkers
- Peeters
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door valse verkoopfacturen
De rechtbank Breda heeft op 18 januari 2012 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een verdachte rechtspersoon die valselijke verkoopfacturen heeft opgemaakt. Uit het bewijs blijkt dat de verdachte door het factureren van niet geleverde vleesproducten een voordeel van 7 eurocent per kilogram heeft verkregen, met als doel een vordering van €83.000 te innen.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op de methode van vermogensvergelijking, waarbij de nominale vordering is gewaardeerd op 50% van het bedrag, rekening houdend met incassokosten en verhaalsrisico. De rechtbank stelt het voordeel vast op €36.440,21 en legt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de staat op.
De verdediging betoogde dat er geen sprake was van verrijking omdat de vordering werd geïnd via de constructie van fictieve facturering. De rechtbank oordeelde echter dat het voordeel wel degelijk wederrechtelijk is verkregen, omdat het is behaald door strafbare feiten. De vordering van de officier van justitie wordt voor het overige afgewezen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en is uitgesproken door de rechtbank Breda, sector strafrecht, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Ontneming van €36.440,21 wegens wederrechtelijk verkregen voordeel door valse facturering.