ECLI:NL:RBBRE:2011:BW4451
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bezwaar WOZ-waarde onroerende zaak te laag vastgesteld
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak en verzocht om vergoeding van de kosten van door een derde verleende rechtsbijstand. De heffingsambtenaar kende een vergoeding toe met een wegingsfactor van 0,25, wat belanghebbende betwistte en stelde dat de factor 1 moest zijn.
De rechtbank oordeelt dat de zaak als gemiddeld moet worden aangemerkt, mede vanwege het inschakelen van een externe taxateur die een quick-scan uitvoerde en de concept-uitspraak beoordeelde. Ondanks dat het bezwaarschrift summier was, rechtvaardigt dit een wegingsfactor van 1 voor de bezwaarfase. Voor de beroepsfase handhaaft de rechtbank een wegingsfactor van 0,25 omdat alleen de hoogte van de kostenvergoeding in geschil is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit over de kostenvergoeding en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van €164 aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier B.W. van Eeken-Liu op 23 december 2011.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van €164 aan belanghebbende wegens te laag vastgestelde proceskostenvergoeding.