ECLI:NL:RBBRE:2011:BU9145
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kapvergunning voor bomen ten behoeve van basisschool en kinderopvang in Breda
Eisers, omwonenden van een bouwlocatie in Breda, maakten bezwaar tegen een kapvergunning verleend aan de gemeente voor het kappen van 18 bomen en 5 hagen ten behoeve van de realisering van een basisschool met kinderopvang en gymzalen. Hoewel twee groentechnisch medewerkers negatief adviseerden voor drie bijzondere bomen, besloot het college van B en W de vergunning te verlenen met een herplantplicht en de voorwaarde dat de kap pas mag plaatsvinden na het verkrijgen van de benodigde bouwvergunning.
De rechtbank toetste het besluit aan de Bomenverordening Breda 2001 en concludeerde dat verweerder beleidsvrijheid heeft bij de vergunningverlening. De belangenafweging door het college, waarbij het maatschappelijk belang van onderwijshuisvesting zwaarder werd gewogen dan het behoud van de bomen, werd als redelijk beoordeeld. De opgelegde herplantplicht, inclusief compensatie op een locatie op circa 600 meter afstand, voldeed aan de motiveringsplicht.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd, ondanks het negatieve advies voor enkele bomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunning wordt ongegrond verklaard omdat het belang van onderwijshuisvesting zwaarder weegt dan het behoud van de bomen.