ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8457
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schotanus
- Van Kralingen
- Prenger
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en productievoorbereiding van grote hoeveelheid MDMA
Op 8 mei 2008 werd bij verdachte een grote hoeveelheid MDMA, een drugslaboratorium en diverse chemicaliën en apparatuur voor de productie van MDMA aangetroffen in zijn garage te Sint Willebrord. Verdachte werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 16 kilogram MDMA en voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs.
De verdediging voerde aan dat de inzet van detectieapparatuur onrechtmatig was omdat hiervoor geen bevel van de officier van justitie was gegeven, wat zou leiden tot bewijsuitsluiting. De rechtbank oordeelde echter dat de inzet van plaatsbepalings- en detectieapparatuur rechtmatig was op basis van artikel 2 van Pro de Politiewet 1993 en dat geen sprake was van stelselmatige observatie. Het ontbreken van een proces-verbaal over de inzet vormde geen onherstelbaar vormverzuim.
DNA-onderzoek toonde aan dat het DNA van verdachte op halfgelaatsmaskers werd aangetroffen die ook sporen van MDMA bevatten. Verdachte gaf geen geloofwaardige verklaring voor zijn DNA op deze voorwerpen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte wist dat de chemicaliën en apparatuur bestemd waren voor de productie van drugs.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen, omdat onvoldoende bewijs was voor wetenschap en beschikkingsmacht van anderen. Gelet op de ernst van de feiten, de hoeveelheid drugs en de risico's van synthetische drugproductie, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 36 maanden, hoger dan de eis van 2 jaar. Tevens werden de in beslag genomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor bezit en voorbereidingshandelingen met circa 16 kg MDMA.