ECLI:NL:RBBRE:2011:BU7828
Rechtbank Breda
- Raadkamer
- Van Gameren
- Bakx
- Combee
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid doorzoeking en inbeslagneming digitale gegevens bij accountant in strafrechtelijk onderzoek
In deze zaak stond de rechtmatigheid van een doorzoeking en inbeslagneming van digitale gegevens bij klaagster, een accountant en belastingadviseur, centraal. De doorzoeking vond plaats in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen een cliënt van klaagster, de [naam] Groep, die wordt verdacht van oplichting van banken voor een bedrag van 125 miljoen euro. Klaagster verzette zich tegen de doorzoeking en de inbeslagneming, met name omdat ook gegevens van andere cliënten werden meegenomen en zij meende dat lichtere middelen zoals een bevel tot uitlevering van stukken hadden kunnen worden ingezet.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende noodzaak was voor de doorzoeking, gezien de ernstige verdenking tegen de [naam] Groep en de bijzondere positie van klaagster als accountant die de goedkeurende verklaring had ondertekend. De doorzoeking vond plaats in een vroeg stadium van het onderzoek, waarbij nog niet duidelijk was of klaagster zelf verdachte zou worden. De rechtbank vond dat het Openbaar Ministerie terecht had gekozen voor een doorzoeking en niet voor een lichter middel, mede omdat het afsplitsen van relevante gegevens ter plaatse praktisch onmogelijk was.
Hoewel er meer gegevens in beslag werden genomen dan strikt noodzakelijk, bood de werkwijze van het Openbaar Ministerie, waaronder afspraken over geheimhouding en het inzetten van een medewerker geheimhouding, voldoende waarborgen om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie van andere cliënten werd ingezien. De rechtbank verwierp het klaagschrift en verklaarde het ongegrond, waarmee de doorzoeking en inbeslagneming als rechtmatig werden beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond en oordeelt dat de doorzoeking en inbeslagneming rechtmatig zijn.