ECLI:NL:RBBRE:2011:BU7236
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op hogere tegemoetkoming chronisch zieken bij thuisverpleging ondanks indicatie verblijf instelling
Eiseres, geboren in 1918 en lijdend aan een psychogeriatrische aandoening, was voor 2009 geïndiceerd voor het zorgzwaartepakket VV05, wat verblijf in een instelling omvat. Hoewel zij feitelijk thuis werd verpleegd met een persoonsgebonden budget, kende het Centraal Administratie Kantoor (CAK) haar slechts een lagere tegemoetkoming toe van €150 op grond van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Btcg).
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zij vanwege haar thuiszorg een hogere tegemoetkoming zou moeten ontvangen. De rechtbank overwoog dat het Btcg als leidraad het indicatiebesluit hanteert en dat het feit dat eiseres niet intramuraal verbleef, maar thuis werd verzorgd, geen aanleiding geeft tot afwijking van de standaardregeling.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor een hogere tegemoetkoming zoals vermeld in het tweede lid van artikel 2 van Pro het Btcg. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de lagere tegemoetkoming van €150 wordt gehandhaafd.