ECLI:NL:RBBRE:2011:BU6810
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nabetaling kosten rechtsbijstand bij immateriële schade minderjarige
Op 7 augustus 2007 heeft de toen zesjarige [X] een ongeval gehad op de Kapelmeesterlaan te Tilburg, waarbij immateriële schade is geleden. De gemeente Tilburg is aansprakelijk gesteld en heeft de redelijke schade erkend, waarbij de immateriële schade op € 5.000 is vastgesteld. De wettelijk vertegenwoordiger van [X], [eiseres], heeft kosten voor rechtsbijstand gemaakt van ruim € 9.000, waarvan reeds circa € 4.000 door de gemeente is voldaan.
De vordering van [eiseres] tot betaling van het meerdere is afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de kosten rechtsbijstand alleen vergoed kunnen worden indien zij voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets: de noodzaak van een deskundige belangenbehartiger en de redelijkheid van de omvang van de kosten in verhouding tot de schade. Hoewel het inschakelen van een advocaat gerechtvaardigd was, overstijgen de kosten de vastgestelde schade aanzienlijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die deze hoge kosten rechtvaardigen, mede omdat de gemeente Tilburg snel haar aansprakelijkheid heeft erkend en er weinig discussie was.
De kantonrechter benadrukt dat ook rekening moet worden gehouden met het belang van de aansprakelijke partij bij het beperken van kosten. De vordering wordt daarom afgewezen en [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten van € 500. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.O. Zuurmond en uitgesproken op 23 november 2011.
Uitkomst: De vordering tot nabetaling van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen en de eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.