ECLI:NL:RBBRE:2011:BU4714
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geheimhouding klikbrief in belastingzaak met afweging privacy en inzagerecht
In deze bestuursrechtelijke zaak behandelt de geheimhoudingskamer van de rechtbank Breda het geschil over de geheimhouding van een verklaring van derden, de zogenaamde klikbrief, die door de inspecteur is overgelegd in het kader van navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen tegen belanghebbende.
Belanghebbende vordert inzage in alle stukken die relevant zijn voor zijn zaak, waaronder de klikbrief. De inspecteur beroept zich op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de klikbrief geheel of gedeeltelijk geheim te houden vanwege privacy- en veiligheidsredenen.
De geheimhoudingskamer oordeelt dat de klikbrief een op de zaak betrekking hebbend stuk is en dus in beginsel moet worden overgelegd. Echter, de privacybelangen van derden en de identiteit van de schrijver wegen zwaarder dan het belang van belanghebbende bij volledige openbaarmaking. Daarom wordt besloten dat alleen een geschoonde versie, waarbij namen, adressen en kentekens van derden zijn verwijderd, aan belanghebbende wordt verstrekt. De inspecteur wordt opgedragen dit binnen vier weken te doen en de rechtbank hierover te informeren.
De kwestie rond vernietigde stukken van het project [project X] wordt niet door de geheimhoudingskamer beoordeeld maar in het hoofdgeding behandeld. Tegen deze tussenuitspraak is geen zelfstandig beroep mogelijk.
Uitkomst: De klikbrief wordt slechts in geschoonde vorm aan belanghebbende verstrekt, waarbij privacygevoelige gegevens van derden geheim blijven.