ECLI:NL:RBBRE:2011:BU4484
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horecagelegenheid wegens drugshandel medewerker
De burgemeester heeft een horecagelegenheid voor de duur van één jaar gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat een medewerker van de inrichting op 4 september 2011 cocaïne verkocht. De exploitant en de eigenaar van het pand verzochten om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting, stellende niet op de hoogte te zijn geweest van de drugshandel.
De voorzieningenrechter overwoog dat zowel de exploitant als de eigenaar verantwoordelijk zijn voor wat er in de inrichting gebeurt, ongeacht hun kennis van de overtreding. Het beleid van de burgemeester, neergelegd in de richtlijnen voor bestuursdwang, voorziet in sluiting van een jaar bij verkoop van harddrugs in een horecagelegenheid die geen coffeeshop is. Dit beleid werd niet onredelijk bevonden.
Er werd geen bijzondere omstandigheid vastgesteld die afwijking van het beleid rechtvaardigt, aangezien het niet ging om een incidentele bezoeker maar om een medewerker die drugs verkocht. De financiële gevolgen voor verzoekers werden meegewogen, maar vormden geen reden om het besluit te schorsen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horecagelegenheid wegens drugshandel door een medewerker wordt afgewezen.