ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2886
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens onredelijke termijn bij niet tijdig beslissen belastingbezwaar
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1999-2000. De inspecteur heeft op 2 mei 2005 uitspraak gedaan op het bezwaar, maar belanghebbende stelt deze nooit te hebben ontvangen. Na ruim vijf jaar heeft belanghebbende op 25 januari 2011 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de inspecteur.
De rechtbank overweegt dat indien de uitspraak op bezwaar niet tijdig is ontvangen, belanghebbende binnen een redelijke termijn beroep had moeten instellen tegen het niet tijdig beslissen. Gezien de wettelijke termijn en de feitelijke gang van zaken had belanghebbende reeds in januari 2006 beroep kunnen instellen. Het beroep van januari 2011 wordt daarom als onredelijk laat beschouwd.
De rechtbank verklaart het verzet gegrond omdat het beroep ten onrechte ongegrond was verklaard, maar verklaart het beroep zelf niet-ontvankelijk. Verzoeken om dwangsom, proceskostenvergoeding en schadevergoeding worden afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen en griffier M.J. van Balkom op 17 september 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is onredelijk laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.