ECLI:NL:RBBRE:2011:BT6753
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke beoordeling en gedeeltelijke vernietiging concurrentiebeding wegens onredelijke benadeling werknemer
De zaak betreft een geschil over de geldigheid en reikwijdte van een concurrentiebeding tussen [eiser], een werknemer, en Autocar International B.V., zijn werkgever. [eiser] wil na beëindiging van zijn dienstverband bij Autocar in dienst treden bij Marconi Trading B.V., een concurrent van Autocar. Hij vordert vernietiging of matiging van het concurrentiebeding, omdat hij zich door de werking ervan onredelijk benadeeld acht in zijn arbeidsvrijheid.
De rechtbank stelt vast dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen en dat Marconi en Autocar elkaars concurrenten zijn. [eiser] heeft een spilfunctie bij Autocar en beschikt over vertrouwelijke kennis die bescherming verdient. Het belang van Autocar bij handhaving van het beding is daarom evident. De geheimhoudingsplicht alleen biedt onvoldoende bescherming.
De rechtbank overweegt dat hoewel het beding het bedrijfsbelang beschermt, het ook de werknemer niet onredelijk mag benadelen. Gezien de duur van het dienstverband, het initiatief van [eiser] tot vertrek, en het belang van een redelijke arbeidsmarkttoegang, wordt de duur van het concurrentiebeding teruggebracht van twee naar één jaar. De boetebepaling wordt gemaximeerd op €100.000. De overige vorderingen van [eiser] worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk vernietigd door de duur te beperken tot één jaar, met een maximale boete van €100.000.