ECLI:NL:RBBRE:2011:BT6731
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Handhaving concurrentiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst servicemonteur dentale branche
De zaak betreft een geschil tussen DENTALE SERVICE DIENST B.V. (DSD) en haar voormalig werknemer, een servicemonteur, die na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst in dienst trad bij een directe concurrent, H&E Dentaal Buro B.V. DSD vordert een voorlopige voorziening om de werknemer te verbieden werkzaamheden bij de concurrent te verrichten op grond van een concurrentiebeding.
De werknemer stelde dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken door een functiewijziging en dat hij onbillijk benadeeld wordt, onder meer door verbeterde arbeidsvoorwaarden bij de nieuwe werkgever en de beperkte branche waarin hij werkzaam is. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn functie inhoudelijk is gewijzigd of dat het beding zwaarder is gaan drukken.
Verder werd vastgesteld dat de werknemer niet gebonden is aan de dentale branche en dat zijn belangen bij het verrichten van het werk bij H&E niet aanmerkelijk zwaarder wegen dan het belang van DSD bij handhaving van het concurrentiebeding. De vordering tot betaling van reeds verbeurde boetes werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De kantonrechter veroordeelde de werknemer om zijn werkzaamheden bij H&E te staken tot het einde van het concurrentiebeding, onder verbeurte van een dwangsom, en veroordeelde hem in de proceskosten van DSD.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld om werkzaamheden bij concurrent te staken tot het einde van het concurrentiebeding, onder verbeurte van een dwangsom.