ECLI:NL:RBBRE:2011:BR4134
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens diefstal en niet direct terugbezorgen fiets
De werknemer, sinds 1985 in dienst bij Philips als operator, nam op 21 juni 2011 na werktijd een damesfiets van een collega mee. Hij stelde dat hij dacht dat het de eerder gestolen fiets van zijn echtgenote was. Na het merken van deze vergissing bracht hij de fiets niet direct terug, maar pas nadat hij door zijn werkgever ter verantwoording werd geroepen. Philips stelde daarop het ontslag op staande voet in.
De kantonrechter oordeelde dat het meenemen van de fiets zonder toestemming, ook al was het uit een vergissing, een dringende reden vormde voor ontslag. Het niet direct terugbrengen van de fiets versterkte dit oordeel, omdat de werknemer zijn eigen belang voorop stelde in plaats van de situatie direct recht te zetten. De rechtbank stelde vast dat Philips terecht het vertrouwen in de werknemer had verloren.
De arbeidsovereenkomst werd voorwaardelijk ontbonden voor zover deze nog bestond. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule werd niet toegekend omdat de ontbinding op grond van dringende reden plaatsvond.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens dringende reden op grond van diefstal en het niet direct terugbezorgen van de fiets.