ECLI:NL:RBBRE:2011:BR1496
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing belastingverdrag en keuze binnenlandse belastingplicht in inkomstenbelasting
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, had voor het jaar 2007 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij hij werd behandeld als binnenlands belastingplichtige op grond van artikel 2.5 Wet IB. Hij ontving pensioenuitkeringen die volgens het belastingverdrag Nederland-Duitsland exclusief aan Duitsland waren toegewezen. De inspecteur verleende voorkoming van dubbele belasting voor de ter heffing aan Duitsland toegewezen inkomensbestanddelen.
Belanghebbende stelde dat zijn keuze voor binnenlandse belastingplicht niet mocht leiden tot het vervallen van het recht op toepassing van het belastingverdrag, omdat hij anders ongunstiger zou worden behandeld dan binnenlandse belastingplichtigen. De rechtbank oordeelde dat de keuze voor binnenlandse belastingplicht weliswaar het wereldinkomen in Nederland belast, maar dat het belastingverdrag daarbij onverkort van toepassing blijft, inclusief de toewijzing van heffingsbevoegdheid en voorkoming van dubbele belasting.
Subsidiair voerde belanghebbende aan dat de toegepaste methode in strijd was met het EU-recht, maar dit werd niet verder beoordeeld omdat de inhaalregeling voorkoming van dubbele belasting uitsloot in het betreffende jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.