ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ9618
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen onmiddellijke invordering van Wav-boete wegens financiële nood onderneming
Verzoekster, een onderneming die verkeersmetingen uitvoert, kreeg een boete van €416.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door 52 vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de invordering van de boete op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onmiddellijke invordering verzoekster in een acute financiële noodsituatie zou brengen, waardoor zij de beslissing op bezwaar feitelijk niet zou kunnen afwachten. De onderneming sloot het boekjaar 2010 met winst af, maar het boetebedrag was vele malen hoger dan de winst, en de aangeboden betalingsregeling was onhaalbaar.
Daarom woog het belang van verzoekster bij opschorting zwaarder dan het belang van verweerder bij onmiddellijke invordering. De voorlopige voorziening werd toegewezen, het bestreden besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak werd gedaan op 29 juni 2011 door voorzieningenrechter L.P. Hertsig van de Rechtbank Breda, sector bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De onmiddellijke invordering van de Wav-boete wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar wegens dreigend faillissement van verzoekster.