ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6297
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming belastingstukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd
De inspecteur heeft navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden en heeft bij bezwaar deze aanslagen gehandhaafd. Belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en verzocht om toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder diverse documenten uit België en gegevens over de chikwadraattoets en redelijke schatting.
De inspecteur heeft een aantal stukken geschoond overgelegd en daarnaast een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van ongeschoonde versies van deze stukken op grond van artikel 8:29 Awb Pro, met als redenen onder meer bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en het belang van de betrekkingen met andere staten.
De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en een zorgvuldige belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank acht de door de inspecteur aangevoerde zwaarwegende belangen zwaarder dan het belang van belanghebbenden voor de meeste stukken en verklaart het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro gegrond.
De rechtbank concludeert dat de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en dat de inspecteur niet verplicht is om de ongeschoonde versies aan belanghebbenden te verstrekken. Tegen deze beslissing kan geen zelfstandig beroep worden ingesteld, maar alleen tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van de stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is.