ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6294
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak hebben belanghebbenden beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de inspecteur. Zij verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en diverse bijlagen.
De inspecteur heeft een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van bepaalde stukken op grond van artikel 8:29, eerste lid, Awb, waarbij hij onder meer bescherming van persoonsgegevens van derden, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen als gewichtige redenen aanvoerde.
De rechtbank heeft de stukken integraal bestudeerd en gewogen of het belang van belanghebbenden bij volledige inzage zwaarder weegt dan de belangen van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank oordeelt dat de geheimhouding van diverse gegevens, zoals namen, adressen, telefoonnummers en e-mailadressen, gerechtvaardigd is vanwege privacybescherming en het belang van een effectieve controle.
De rechtbank wijst erop dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat het belang van een goed functionerende Belastingdienst en internationale relaties zwaarder wegen dan het individuele belang van belanghebbenden bij openbaring van deze gegevens. Het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro wordt dan ook gehonoreerd en de kennisneming van de stukken wordt beperkt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur toe.