ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6286
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding en beperkte kennisneming in belastingzaak inzake navorderingsaanslagen
De inspecteur heeft navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep hebben ingesteld. Belanghebbenden verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en diverse bijlagen. De inspecteur overhandigde geschoonde versies en deed een verzoek om beperkte kennisneming op grond van artikel 8:29 Awb Pro.
De rechtbank heeft de stukken onderzocht en een belangenafweging gemaakt tussen het recht op kennisneming van belanghebbenden en het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank achtte de bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen als zwaarwegende redenen voor geheimhouding.
Voor diverse documenten, zoals de Belgische aanbiedingsbrief, de Nota, rekeningstandenlijsten, memo's en proces-verbalen, werd de geheimhouding bevestigd. Belanghebbenden stemden in met de anonimisering van persoonsgegevens. De rechtbank concludeerde dat de inspecteur terecht beperkte kennisneming toepast en dat het beroep op artikel 8:29 Awb Pro slaagt.
De uitspraak betreft een tussenbeslissing over de geheimhouding en kennisneming van stukken in het kader van een belastingprocedure. Tegen deze beslissing kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld, maar alleen samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur toe.