ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6284
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding en beperkte kennisneming stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak hebben belanghebbenden beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de inspecteur. Belanghebbenden verzochten om volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder diverse documenten uit België en interne memo's.
De inspecteur heeft een aantal stukken geschoond overgelegd en verzocht om beperkte kennisneming van bepaalde gegevens op grond van artikel 8:29 Awb Pro, vanwege bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische belangen en internationale betrekkingen. De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en gewogen of het belang van belanghebbenden bij openbaring zwaarder weegt dan het belang van de inspecteur bij geheimhouding.
De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur aangevoerde zwaarwegende belangen, zoals privacybescherming en effectieve controle, zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden. Daarom is de beperking van kennisneming gerechtvaardigd. De rechtbank wijst het beroep van belanghebbenden op volledige openbaarheid af en bevestigt de geheimhouding van de betreffende gegevens.
De uitspraak is gedaan op 18 maart 2011 door de rechtbank Breda. Tegen deze beslissing kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld, maar alleen samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken gerechtvaardigd is en wijst het beroep van belanghebbenden af.