ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6273
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep hebben ingesteld. Belanghebbenden verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder diverse documenten uit België en interne memo's.
De inspecteur overhandigde geschoonde versies van deze stukken en deed een verzoek om beperkte kennisneming van bepaalde gegevens op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met als redenen de bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische belangen en internationale betrekkingen.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en geoordeeld dat de belangen van de inspecteur bij geheimhouding zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid. Dit betreft onder meer namen, adressen, telefoonnummers en e-mailadressen van derden en ambtenaren, alsmede informatie die de controle- en opsporingsstrategie van de Belastingdienst zou kunnen schaden.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbenden op volledige openbaarheid af en verklaarde het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro gegrond. De beslissing is genomen op 18 maart 2011 en betreft een tussenbeslissing die pas samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak kan worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht een beroep doet op artikel 8:29 Awb en dat de beperking van kennisneming van bepaalde stukken gerechtvaardigd is.