ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6272
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur beroep gedaan op artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om bepaalde stukken die betrekking hebben op de zaak slechts beperkt toegankelijk te maken voor belanghebbenden. De stukken betreffen onder meer documenten afkomstig uit België, nota's, bijlagen met rekeningstanden en adressenlijsten, proces-verbalen van toetsen, en memo's met betrekking tot controlestrategieën.
Belanghebbenden hebben verzocht om volledige inzage in alle stukken om de juistheid van de belastingaanslagen te kunnen verifiëren. De inspecteur heeft echter zwaarwegende redenen aangevoerd voor geheimhouding, zoals de bescherming van persoonsgegevens van derden, het belang van effectieve opsporing en vervolging van strafbare feiten, en het belang van de betrekkingen met andere staten.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en gewogen of het belang van belanghebbenden bij volledige kennisneming opweegt tegen de belangen van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur opgevoerde belangen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden, waardoor de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. Dit betreft onder meer de anonimisering van namen, adressen, telefoonnummers en andere persoonsgegevens, alsmede controlestrategische informatie.
De rechtbank heeft de geschoonde versies van de stukken aan belanghebbenden verstrekt en de ongeschoonde versies geheim gehouden. De beslissing is genomen op 18 maart 2011 en ondertekend door rechter M.M. de Werd. Tegen deze tussenbeslissing kan pas beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb slaagt.