ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6269
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding en beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep instelden. De inspecteur verzocht om beperkte kennisneming van diverse op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België, nota's, bijlagen, en proces-verbalen.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld aan de hand van artikel 8:29 Awb Pro, waarbij een belangenafweging plaatsvond tussen het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank concludeerde dat de door de inspecteur opgevoerde redenen, zoals bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische belangen en internationale betrekkingen, zwaarwegend genoeg zijn om de geheimhouding te rechtvaardigen.
De rechtbank wees verzoeken tot openbaring van namen, adressen en contactgegevens af, omdat het belang van de belastingdienst en derden zwaarder woog dan het belang van belanghebbenden. Ook stukken met controlestrategische informatie mochten geheim blijven. De rechtbank bepaalde dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd is en dat het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro slaagt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht een beroep doet op artikel 8:29 Awb en dat de beperking van kennisneming van stukken gerechtvaardigd is.