ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6266
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb in belastingzaak
De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op aan belanghebbenden en weigerde volledige inzage in bepaalde stukken te geven. Belanghebbenden verzochten om volledige kennisneming van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en bijlagen bij een Nota.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld op basis van artikel 8:29 Awb Pro, waarbij het belang van geheimhouding werd afgewogen tegen het belang van belanghebbenden bij openbaarheid. De inspecteur beriep zich op bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen.
De rechtbank oordeelde dat de geheimhouding van namen, adressen, telefoonnummers en andere persoonsgegevens gerechtvaardigd is. Ook stukken met controlestrategische informatie mochten geheim blijven. De rechtbank concludeerde dat de belangen van de inspecteur zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij openbaring.
Het verzoek van belanghebbenden om volledige openbaarheid werd daarom afgewezen. De beslissing betreft een tussenuitspraak die niet eerder kan worden aangevochten dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht stukken deels geheimhoudt op grond van artikel 8:29 Awb.