ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6263
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van geheimhouding en beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de openbaarmaking van stukken in een belastingzaak waarbij belanghebbenden beroep hadden ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen van de inspecteur.
Belanghebbenden verzochten volledige inzage in diverse stukken, waaronder documenten uit België, nota's, bijlagen, en gegevens over de chikwadraattoets en redelijke schatting. De inspecteur stelde een verzoek in tot beperkte kennisneming op grond van artikel 8:29 Awb Pro, met als redenen onder meer bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en het belang van internationale betrekkingen.
De rechtbank voerde een belangenafweging uit en concludeerde dat de door de inspecteur opgevoerde redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaring. De anonimiseringsmaatregelen en geheimhouding van namen, adressen en contactgegevens werden als gerechtvaardigd beoordeeld. Ook stukken met controlestrategische inhoud mochten geheim blijven om de effectiviteit van de Belastingdienst te waarborgen.
De rechtbank wees het beroep van de inspecteur op beperkte kennisneming toe en bepaalde dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur toe.