ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6259
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse stukken die betrekking hebben op navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen. Belanghebbenden hadden verzocht om volledige inzage in alle stukken, waaronder documenten uit België en bijlagen met persoonsgegevens.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een afweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige kennisneming en de zwaarwegende belangen van de inspecteur bij geheimhouding, zoals bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen. De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur aangevoerde redenen zwaarder wegen.
De rechtbank heeft onder meer geoordeeld dat namen, adressen, telefoonnummers en andere persoonsgegevens van derden en ambtenaren geanonimiseerd mogen blijven. Ook memo's en documenten met controlestrategische informatie mogen geheim worden gehouden. De inspecteur heeft de geschoonde versies van de stukken aan belanghebbenden verstrekt, terwijl de ongeschoonde versies geheim blijven.
De beslissing is genomen na een zitting en behandeling in de geheimhoudingskamer, waarbij partijen zijn gehoord. De rechtbank wijst het beroep van belanghebbenden op volledige openbaarheid af en verklaart het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro gegrond.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het verzoek van de inspecteur tot beperkte kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is.