ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6247
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
De inspecteur heeft in een belastingzaak een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse stukken die betrekking hebben op navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen. Belanghebbenden hadden verzocht om volledige inzage in alle stukken, waaronder documenten afkomstig uit België en diverse bijlagen met persoonsgegevens en controlestrategische informatie.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld aan de hand van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige kennisneming en het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur aangevoerde redenen, zoals bescherming van persoonsgegevens, het belang van effectieve opsporing en de betrekkingen met andere staten, zwaarder wegen.
De rechtbank heeft de geschoonde versies van de stukken aan belanghebbenden verstrekt, maar de ongeschoonde versies geheim gehouden. Ook is vastgesteld dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens geen aanleiding geeft tot een ruimere openbaarheid dan de Awb voorschrijft. De rechtbank wijst verzoeken tot openbaring van bepaalde gegevens af en bevestigt de rechtmatigheid van de beperking van kennisneming.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en wijst het verzoek van belanghebbenden tot volledige inzage af.